Er zijn vele weerspreuken, allemaal ken ik ze niet, maar dit is toch al een redelijke verzameling.

Is januari kalm en blij ,dan blijft de winter tot in de mei
Vriest het op sint Veerlenacht, zes weken wordt er vorst verwacht.
Als 't Driekoningen is in 't land, stapt de vorst in 't vaderland.
Als 't op Dertiendag vriest, vriest het dertien weken lang
Vorst en bedrog eindigen op en vuile wijze
Als in januari de vorst niet komen wil, dan zeker in april.
Geeft januari muggenzwerm, dan hoor je in de oogstmaand licht gekerm
Is januari van sneeuwvlagen arm, dan volgt vaak een zomer schoon en warm.
Als 't op sint Hillarius vriest, zes weken winter aan een stuk.
Van St Antoon tot St Amand (6/2) doet de winter al wat hij kant.
Sebastiaan en was geen kniezer, maar blijft toch een grote vriezer;
Draagt deze maand een sneeuwwit kleed, dan is de zomer zeker heet.
Als 't in de vorstmaand mistig is, wordt de lentemaand heel fris.
Als de dagen gaan lengen, begint de winter te strengen.
Mooie dagen in januari,gure dagen in februari
Sneeuw als stof, nijpende kou, sneeuw zeer grof, weder lauw.
Sneeuw op slik geeft binnen de drie dagen ijs, dun of dik
Met Lichtmis triestig weer, is goed voor boer en heer.
Als met lichtmis het zonneke brandt,komt er schaarste in het land
Komt februari met  mooi weer ,het vriest in het voorjaar des te meer
Is februari zacht en stil, dan komt de noordenwind in april.
Voor de oogst is het altijd goed als Sint-Apollonia het waaien doet.
Geeft februari een klaverblad, in maart bedekt de sneeuw uw pad.
Gaat het kind wat wild tekeer, zeker komt er stormweer
Dooi op St Valentijn doet veel water in de wijn.
Februari zonder sneeuw betekent een droge zomer.
Februari is nooit zo goed of het vriest een voet en sneeuwt een hoed.
Komt de wind uit t' noordenland, lang houdt dan het weder stand.
Sneeuw doet graan evenveel goed, als de pels den grijsaard doet.
Sint-Romanus hel en klaar, wijst ons op een vruchtbaar jaar.
Voor maart ziet men liever een wolf in het veld dan een schaap
Vorst op Sint Adriaan, de hele maand met het goede weer gedaan.
Regen op Sint Adriaan, laat niks meer droog staan.
Op een milde januari volgen vaak een gure lente en een hete zomer.
Valt er op Anastasia regen, dan ligt er veertien dagen modder op de wegen.
Koude in maart wordt een lente ver van de haard
Maart guur, volle schuur.
Danst in maart de mug, veel schapen op een dooie rug.
Donder in maart, een zege voor de aard.
De eerste donder komt als sint Mathildis komt.
Veel wind in maart,geeft  veel appels in den gaard
Is het met Sint Jozef klaar, reken maar op een goed jaar.
Sint Jozef helder en klaar, geeft licht een vruchtbaar jaar.
Maart geeft gemiddeld acht dagen vorst, en zestien dagen regen.
Als de hoenderen kakelen, lang en goed, zal het regenen in overvloed.
Als Maria Boodschap voor zonsopgang schoon en helder is komt er een vruchtbaar jaar
Maart geeft doorgaans twaalf zomerse dagen, april staat er borg voor
Eén spreeuw op het dak maakt de lente niet.
Brengt Gontram storm en wind, de sikkel is de boer steeds goed gezind.
April is als een ouwe stier zo heet en zo weer koud
Is Isidoor voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.
Aprilletje zoet geeft nog wel eens een witte hoed.
Is april mooi, dan zal mei niet deugen.
Als april lacht,bederft hij de boer zijn zaken
De echtelijke staat is als de maand april, nu storm dan zon, dan weer alles stil.
op een droge april,wel eens een natte zomer volgen wil
Vrouwen en aprillen, hebben allebei hun grillen.
Als de spinnen vlijtig buiten weven, zullen wij mooi weer beleven.
Ap^ril maakt de bloem en mei bekomt de roem.
Heren en aprillen, bedriegen wie zij willen.
t Zal gaan dooien zonder fout, als de kraai veel leven houdt.
Hoe hard St Joris ook lachen mag, er komt voor hem geen zomerdag.
Sint Joris warm en schoon heeft ruw en nat tot loon.
Als de vors voor Marcus kwaakt, blijft hij later niet bespraakt.
Marcus die bonen plant houdt van regen op het land
Met Sinte Katarina heeft elk hout wortel
Avonddauw en zon in mei, hooi met karren op de wei.
Als 't op Sint Filip regent, is de oogst gezegend.
t Kan vriezen tot in de mei, tot de Ijsheiligen zijn voorbij.
Is het weer in mei te mooi,dan ziet de schuur maar weinig hooi.
Onweer in mei, maakt de boeren blij
Al is malmertus oud en grijs, hij houdt van vriezen en van ijs.
Pancraas, Servaas en Bonifaas, zij geven vorst en ijs helaas.
Voor Sint Servatius geen zomer, na Sint Servatius geen winter
Regen en wind in 't midden van mei, maakt de boeren niet echt blij.
Van nachtvorst ben je nimmer vrij is Bonifaas nog niet voorbij
Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.
Hebben wolken 's morgens rode randen, altijd is er wind of nat voorhanden.
Donder in mei, geeft gras in de wei.
Als de zwaluwen scheren over water en wegen, dan komt er wind en regen
Als maar niet gaart, april niet wil, doet mei het voor allebei
Sint-Medardus geeft  zijn zegen met zes weken wind en regen.
Als het regent op Sint-medaar regent het zes weken tegaar.
Regent het met Sint-Barnabas, zwemt de oogst in een waterplas.
Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.
t Steertje van de mei, is 't steertje van de winter
Valt er op Medardus regen g'houdt hem zes weken  niet tegen
Einde mei, einde winter.
Is de eerste juni regenachtig, heel de maand wordt twijfelachtig.
Als de vogeltjes in de vroege ochtend minder fluiten, zullen s'avonds onze oren tuiten.
Is juni nat en guur dan wordt alles slecht en duur
Hoort ge in juni de donder kraken,dan maakt de boer ook goede zaken
Als het in juni veel dondert komt er overvloed van koren.
Zoekt Sint Medardus in regen troost, dan zend hij die ook tijdens de oogst.
Sint Medard geeft zijn zegen met zes weken wind en regen.
Op Sint Medard, voor onze zonden, regent dikwijls katten en honden
Valt op Sint-Barnabas veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.
Als het niet regent op Sint Barnabas, is Medard zijn plasje afgesneden.
Is het op Sint-Antonius nat, de boer drinkt van verdriet zich zat.
In juni weinig regen voorspelt een grote zegen.
Een kring om de maan, geeft wind op de baan.
Niet te koel, niet te zwoel, niet te nat en niet te droog, juni vult de schuren hoog.
Een boon in juni geplant, geeft er vijftig in de hand.
Juni vochtig en warm,dan maakt ze de boeren niet arm,komt zonneschijn daarbij dan maakt ze boer en tuinder blij.
Gewis met recht, de beste dauw geeft juni trouw.
Als het regent op Sint Jan, de oogst bederven kan.
Is sint jan geboren dan is 't lengen van de dagen verloren
Donder in de nacht, veel kabaal, doch schade op kleine schaal.
Zo heet het is in juni, zo koud is het in december
Met Sint-Pieters macht rijpt het koren dag en nacht.
Alleen juligloed maakt de vruchten goed.
Op 2 juli regenachtig weer, vier weken regen ongeveer.
Slechts in juligloed worden oogst en vruchten goed.
Regen op sinte Godelieve, zal u drie weken van water gerieven
Regen op Sint-godelieve tegenslag en grote grief,want zonder onderbreken,regent het zes weken
Prijkt juli in hete zonnegloed, dan zijn in de herfst de vruchten goed.
Met Sint Amelberga gaat de honingdeur open.
Als 's nachts de puiten kwaken De boer moet zijn oogst bewaken.
Met Hendrikus regen, veertig dagen duurt die zegen
Libertus, heldere zonneschijn, met witte wolkjes, dun en fijn, doet zeggen, wijd en zijd; de sneeuw zal vallen voor de wintertijd.
's Nachts regen en overdag zon, vult schuur zak en ton.
Mistsluiers in de nacht geven julidagen in volle pracht.
Regent het op Sint Margriet, dan kriegen we zes weken lang een natte tied.
Afwisselend zon en regen,dat is de boer een zegen.
Op Sinte Margiet, pikken, rijp of niet.
Als Margriet pist in 't riet, zes weken boerenverdriet.
Met Sinte Magriet droog, zes weken zon in 't oog.
Is het helder op Jacobsdag, Veel vruchten men verwachten mag.
Wil september vruchten dragen, dan moet juli hitte geven om te klagen
Is juli helder en warm, bevriest met kerst rijk en arm.
Als de paarden en het vee hun nek uitstrekken en snuivend ademhalen, zal het regenen.
Begin augustus heet, lang en wit het winterkleed.
De eerste oogstweek is die heet, een lange winter staat gereed.
Op Sint Abel is't zo warm dat de kraaien gapen.
(t Fijnste weer moogt ge verwachten, als ge ziet langs weg en grachten, hoe de slekken, d'arme sleuren, op hun staart een grashalm beuren
Is't warm en voorspoedig weer, brengt augustus de eerste peer.
Als Sint Dominicus gloeit, een strenge winter groeit.
Is het heet op Sint Domijn, 't zal een strenge winter zijn.
Is het op Laurentius klaar, er zal veel fruit zijn in 't jaar.
Op Sint Laurentius van het klooster, ligt de wereld op de rooster
Eieren voor Klaarke, goed weer voor het paarke.
Maria Hemelvaarts zonneschijn, brengt goede wijn.
Augustus rijpt, september oogst
In augustus zure druiven, in oktober zoete wijn.
Zijn de wespen niet in rust, dan is er stormweer op kust.
Mist in de zomer is een teken van goed weer.
Ligt in augustus de straat vol modder,duidt dat op dun brood
Zoals Barthelomeus is, blijft het heel de herfst gewis.
Augustijn stop de zomer in bed.
Noorderwind in augustus opgestaan, brengt standvastig weder aan.
Als de zwaluwen nu al wegtrekken, vluchten ze voor naderende kou.
Hoe meer donder in augustus, hoe meer nat in de winter.
Zie je hoe met lange draden, spinnen aan het weven zijn, ga gerust bij hen te rade, t'zal vandaag schoon weerke zijn.
Het weer dat Egidius biedt eindigt voor vier weken niet.
Een warme september, een droge oktober.
Zo het in september dondert, leveren de granen wel honderd.
Als september van goed humeur is, krijgen we nog een schone maand.
Septemberregen komt nooit ongelegen.
Als Maria is geboren, boer, zaait vlijtig uw koren.
Op Maria's geboort, trekken de zwaluwen voort.
Het weer van Onze Lieve Vrouw geboort, duurt wel vier weken voort.
Het weer van Maria's geboort duurt 8 weken voort
Mooie Gorgoon, veertig dagen schoon.
Nu spoedt de zomer weer ten end, en de hitte gaat verminderen. Toch ook thans genot gekend en kan geen kou nog hinderen.
Wie er veel noten mocht klippelen,zal nog van de kou staan trippelen
Sint Lambert schud het fruit.
Trekvogels in septembernacht, ze maken de Kersttijd zacht.
Graaft de mier een diepe gang, wordt de winter streng en lang maar nog erger zal het ons berouwen, als ze hoge nesten bouwen.
Is in de herfst het weer lang klaar, vroeg is een strenge winter daar.
Mattheus storm en wind, Pasen ook nog winter vindt.
Vertoont zich Mauritius klaar, aan vele stormen verwacht U maar.
Als er in september veel spinnen kruipen
Slaat s'avonds de nevel neer, dan brengt de ochtend helder weer.
September is de mei van de herfst.
Sint Michiels zomerke duurt aan week.
Acht dagen zonneschijn, brengt Michiel om wel te zijn.
Sint Michiel heeft de winter onder zijn kiel.
Worden de blaren geel en krom, zie naar de kachel om.
Is oktober warm en fijn, 't zal een scherpe winter zijn. Maar is hij nat en koel 't is van een zachte winter 't voorgevoel.
Helder weer op Sint Denies, meldt gewoonlijk sterke vries.
Regen met Sint Denijs, voorspelt een natte winter en weinig ijs.
Sint Denijs met water deugt niet voor de petater.
Regen met Sint Denijs, regen en weinig ijs.
Hebben wolken s'morgens rode randen, altijd is er wind en nat voorhanden
Warma oktoberdagen, februarivlagen.
Komt van het land de veldmuis, draag dan hout en turf in huis.
Met sint Treesje valt het laatste beestje.
Treezekes zomer kan vijf dagen duren.
Veel mist in de herfst, veel sneeuw in de winter.
Een koude oktober een zachte nieuwjaarsmaand
Als Lucas rogge zaait, 't jaar daarop met genoegen maait.
Doe met Ursula de oogst naar binnen, anders komt Judas met sneeuw voor de pinnen.
Oktobertooi met groene blaa^n, duidt vaak een strenge winter aan.
De herfst met nevel doortrokken, toont een winter vol sneeuwvlokken.
Als t'waait en vriest in oktobernacht, an verwachten wij een januari zacht.
Op sint Severijn kan het al winter zijn
Als simon en Judas komen, begint men de winter te schromen
Zijn Judas en Simon voorbij, de winter is nabij.
Een sterretje dicht bij de maan kondigt wel eens storm aan
Veel nevel in de herfst, veel sneeuw in de winter.
Allerzielen zonder vuur spaart geen brandhout uit de schuur
Sneeuw op Allerzielen, voorspelt een zacht voorjaar
Als Allerzielen zacht begint, volgen veel regen en veel wind.
Geeft Allerzielen zonneschijn, dan zal het spoedig winter zijn.
Na helder weer, nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.
Het weer van Sint-Leonardusdag blijft tot de Kerstdag
Wie houdt van wind, november mint.
In november hard begin, in de winter zoet gewin.
Een donkere lucht op sint martijn,zo zal het een zachte winter zijn
Sint Lieven, komt ons met vorst gerieven.
November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen.
Zwaait de winter in november al zijn staf, zijn rijk zal kort zijn voor zijn straf.
Sint Elisabeth doet verstaan hoe het met de winter zal vergaan
Wie houdt van wind, november mint.
November streng en koud niet lang zich staande houdt
Novembers laatste noot, valt altijd in de sloot.
De dagen aan Sint Cecilia gewijd, is de maatstaf van de wintertijd.
Is 't weer op Clemens fel dan wordt de lente klaar en fel
Op sint caterina sterkt de winter.
Er is koude en vorst op handen als er flikkersterren branden
St Andreas snee, doet het koren wee
Blaast de noordenwind in december,dan houdt de winter vier maanden aan.
December koud en in sneeuwgewaad, een jaar vol vruchtbaarheid verraadt
Sint Ambroos, patroon van bijen en van spreeuwen, houdt van waaien en van sneeuwen.
Zo hoog in de winter de sneeuw, zo hoog in de zomer het gras.
Donder in decembermaand beloofd veel wind in 't jaar aanstaand
December koud en wel besneeuwd, zo maak maar grote schuren gereed.
December, wind uit het oost, brengt de zieken luttele troost.
Zoveel ijzelluchten in de winter, zoveel koren in de oogst.
Een warme Kerstnacht, maakt een kauwelijke Pasen.
Viegen op Kerstmis de muggen rond dan dekt met Pasen het ijs de grond
Rijm met wind uit 't oosten zal voor kou u troosten, rijm met wind uit 't westen doet de sterren bersten
Het weer dat kinderdag wil, komt terug tot in april.
Tom draait de klok om
Grauwe nevels, is gebleken,zijn van koude een zeker teken.